28-07-10

DE SPIEGEL

wlucander Robert 1995.jpg

Toen hij nog een jongen was,
in het voorbijlopen
teruggekeerd,
zag hij achter de spiegel
zichzelf als oudere man
begrijpend glimlachen.

Toen hij een oudere man was,
bij het scheren
één stap achteruit gezet,
zag hij achter de spiegel
zichzelf als jongen
hoofdschuddend wenen.

In het spiegelglas
verraadt de andere
alleen de buitenkant:
een te haastig kind,
een mens met zessen,
vermomming,
engelenreuk of boetekleed.

Een transparante blik
hoort bij de liefdevollen
en de zwijgzame
die je uiteindelijk omarmt.

 

DP807391.jpg

14:24

22-07-10

ZOMERNACHTEN

 

augustus nacht a.w. Finch.jpg
De nachten, zei mijn kind,
de nachten zijn belachelijk dun
en soms ook afgelikt paars,
of van bladerdeeg
zoals de maan.

Onderwaterzwemmen,
de wereld gaat kopje onder
en in de veel te dure schepen
liggen de matrozen
voor pampus
terwijl de sterren
vruchteloos wenken.

In de gele buik van een tram
wil ik de stad uitrijden
en de nachtegaal loslaten
die jij in de piano hebt opgesloten.

Iedereen bewusteloos,
maar wij roeien op de vijver
waar de morgen slaapt.
Heb je wel gebeden, vraagt hij,
want zonder bidden
wierookt de mist als gifgas.

Ze heeft gezongen, zegt ze de nachtegaal,
de hazelaar knikte tevreden,
zelfs de kranten waren over haar te spreken.

Op haar schouder
wacht hij op de leeuwerik
om met een duet
uit de parelvissers
de ontwakenden gerust te stellen.


schilderij: augustusnacht, Alfred William Finch



 

12:01

14-07-10

THREE VIEWS OF A SECRET

 

 

gauthier_threeviewsofsec_2.jpg

 

Gedroogde geheimen:

vader-zoon en geest,

uitgedronken bron

bij de grijze wanhoopsmuur.


God ontmaskeren,

hobby van de nijvere redacteur

-de wereld vastgebonden

onder zijn snelbinder van gelijk-

een speelkaart

doet de spaken ratelen

bij gebrek aan motorkracht.

 

Takketak takketak,

(misschien denkt hij aan een mitralleur)

de kranten trekken hun jongenssokken recht.

Verdord, verdreven, verdroogd

onder de stoere letters, paginageil.

God in het herbarium

van de voltooide tijd.

Takketak takketak.

 

Ook uit deze diepte roepen wij.

Groot geheim dat ons met moed besmet.

Uit het verdroogde

zoekt het zaad

naar zachte aarde.

 

Onnoembaar

zoals het licht dat boven de huizen kruipt.

De hongerigen

drinken,

de dorstigen

smaken

hoe het donker wijkt.

Geliefden

noemen elkanders naam.

 

De dag begint.

 

 

schilderij: Three views of a secret, Jean Gauthier.

 

 

 




12:43

08-07-10

DE TIJD, MIJN LIEF

 

infanten


De tijd, mijn lief,

is een kladschilder.

Vlees vermaalt hij tot gebeente,

het lieve woord slijpt hij

tot een gevleugeld onding.


De tijd, mijn lief,

verhangt ongevraagd de bordjes.

Hij rekent af,

het groot gelijk altijd aan zijn kant

als hij langs de graven loopt.


De tijd, mijn lief,

versnelt de zoete nachten

en verrimpelt met een lach

wat met heiligheid was platgestreken.


Als kruimels strooit hij foto's

op weg naar huis, waar moeder zong

en vader eeuwig bij het haardvuur monkelde.

Een valsemunter is de tijd.


Waar hij ons verbergen zal, mijn lief?

Waar hij hoofdschuddend

onze kinderen in hun carrière

zal begraven?


Hij wacht

tot wij hem in onze liefde binnenlaten,

genadeloos maar onbevreesd.


Waar hij ophoudt

hoop ik nog steeds bij jou te zijn,

mijn lief.


Hij heeft zijn tijd gehad.

Wij zwemmen naar de oever.

 

 

schilderij: Rimi Yang, NY

Tao and "the Best Art"

Shen Tusn-Ch'ien, one of old Chinese master painter explains Taoist thoughts about painting:the art form is perceived, in essence, as an act of creation, beginning in the formlessness of the Tao, transforming in time and pattern into creation: what is captured is a universe in miniature, a microcosm.The artist creates 'this wu-wei, not forcing the brush, not thinking discursively, but moving with sensitivity in the moment.In this way, painting becomes a form of meditation, a means of discovering union with tao, an accomplishment evident in the very best art

 

10:46

01-07-10

DE MEISJES IN HET ZONLICHT

 

77e125a


Wij gingen openbloeien,

de meisjes in het licht

en de jongens,

kleurenzot

en licht genoeg

om honderd jaar te worden,

riepen:

blijf staan, meisjes,

blijf in dat licht

tot het nooit meer licht zal worden.


Gehoorzaam, toen nog wel,

stonden zij in gezelschap

van het duizendkruid terwijl

ligustergeur ons besmette

en wij beseften

dat god alleen een vrouw kon zijn

of in jonge dagen,

toen de goden nog op de besneeuwde olympus woonden,

ook een jongen

die durf en sierlijkheid vermengde

tot de botte jaren hem een harnas zouden tuigen.


Winden kwamen en seizoenen smolten

en de meisjes bleven in het geheugen

van de oude mannen

telkens de gierzwaluwen

de luchten opensneden.


Er zijn dagen dat het niet donker wordt;

tuinen borrelen van gemurmel en de klank

van glazen waarin vergeten wordt geschonken.


Dan wachten de mannen

op de maan,

en zal er hier en daar een oude wolf

janken als de wijn het cement van jaren

heeft verbrokkeld.

De meisjes

brengen een glaasje water

of een kleenex,

zij zullen morgen weer op post zijn.

 

schilderij: Mesjes in het zonlicht, Philip Leslie Hale 1897 (USA)

 

 

 

 

18:06