30-04-10

THUIS IN DE LUCHT

 

graf

 

 

Vergaat het woord, de nachten

of het ogenblik,

versteend

tot nutteloos leed,

het vierkant

der onbereikbaarheid,

de cirkel

waarin we ronddraaiden

 tot levenslang veroordeeld?

 

Het geblaf,

-een fraai requiem inderdaad-

is slechts één horizon

(voel je mijn koude hand?)

daarachter

kraaien ook nog hanen

uit angst gplukt in wijn

te verzanden.


Laat het koude hekken los,

ik ben daar niet

waar letters wonen.

Ik heb een schuilplaats

in de kale takken

van het omliggend geboomte gevonden.

 

Wie komt wenen

of gelukzalig lachen,

kan ook een boodschap krijgen

op zijn ongewassen krantenkop.


Een vogeltje van niets

maar thuis in de lucht.

 

 

 

The Milhomme figure of Grief in the Père-Lachaise Cemetery in Paris begot many more of the same kind, but the scenes of affliction came to an end with the years 1820-25. They were replaced either by recumbent effigies, after 1840, or by reliefs modifying the theme so as to bring out the idea of separation. In most of these, the survivor communes at the grave of the departed. In the Père-Lachaise Cemetery a fine example of this style, inspired by antique models and made fashionable by Houdon and Canova, is the tomb of the Comte de Bourcke, affirms Christian faith in resurrection, 'Expectantes beatem spem', but in a widely disseminated engraving this was amended to read 'Expecta me', stressing the relations of the spouses.

The contrary scene, the departure of the deceased, is more rare. It required the fertile imagination of Etex to conceive for the tomb of Madame Raspail, who died while her husband was a political prisoner at Doullens, a monumental figure wholly covered by a shroud, with arm outstretched towards a barred window and the legend: 'Farewell, 8 March 1853, 12.30 p.m. Doullens.'

23:39

27-04-10

LATE TERUGKEER

 

 

1650051a


Jij komt op je computer, vriend,

van boven op de berg naar het diepe dal gescrold.


Ikzelf ben de andere weg gelopen.

In vrolijke stemming

naar de heuvels vertrokken,

kwamen we laat bij avond

weer naar huis.

 

Zot van de lente

waren we als kinderen op pad gegaan.

De dag plooide zich

zijdezacht open.


Buiten de vogels en het beekje

was er nog het briesje

dat op de heuvels

in de bomen speelde.

 

Nu sta ik aan de poort

met-een-te-veel-aan-op te-noemen gevoel.

 

Hoe kan dat, hoor ik je vragen.

De hele dag ben je toch binnen gebleven?

 

Zoveel wandelpaden zijn er in mijn hoofd,

dat ik in dit korte leven

dagen tekort zal komen

om slechts de helft ervan

uit te wandelen.

 

Eens de maan, een wiel gelijk,

boven de bergen staat,

zaait de voorbije lentedag

veelvuldig

 sterren aan de hemel.

 

Morgen ga ik weer op stap.

 

 

Tekening en kleur op zijde: Tai Ch'in: Late terugkeer van een lente-uitstap. (1400)


    Tai Chin, who went by the style name Wen-chin and the sobriquets Ching-an and Yu-ch'uan shan-jen, was a native of Ch'ien-t'ang (modern Hangchow). He is said as a youth to have studied painting under local artists, specializing and achieving fame in the fields of landscapes and figures. During the Hsuan-te reign (1426-1435), he was recommended for service at court, where he was admired by the nobility for his great skill. His fellow painters, however, became envious and later rejected him. Tai Chin thereupon returned home to the south, where he continued to paint in Hangchow. With numerous students, he came to have an enormous influence on painting at the time. Consequently, later generations have revered him as the father of the Che School that emerged afterwards in the area.

    The Che School was an important art movement in the Ming dynasty (1368-1644) that emerged from the unique historical background of the area. After the Southern Sung (1127-1279) government moved the capital to Hangchow, the cultural and economic conditions of the surrounding Chekiang area flourished, making it the heart of the country. Court painters, such as Ma Yuan and Hsia Kuei, came to dominate the art scene, specializing in lyrical visions of the surrounding mist-laden hills that were admired by their fellows. After the Sung perished in 1279, the court style was preserved in the Chekiang area by local professional painters. By the Ming dynasty, this style based on the Southern Sung academic mode became marked by rough and unbridled brushwork. It was known as the Che School, named after the area from which it emerged.

    In the history of Chinese painting, Tai Chin is said to have "learned from the virtues of all landscape masters," indicating his broad studies for a multi-faceted style. For example, he not only used the expressive "axe-cut" texture strokes and compositional formulae of Southern Sung court landscapes (represented by the aforementioned Ma and Hsia), but he also absorbed the essence of the Li-Kuo School (based on the styles of Li Ch'eng and Kuo Hsi) as practiced in the Yuan dynasty (1279-1368). In other words, he borrowed from and transformed the manners of various Sung and Yuan masters.

http://www.npm.gov.tw/exhbition/dai0705/english/e-dai-0705.htm


20:00

26-04-10

KIJK ONBESCHROOMD NU HET NOG KAN

caritas

 

 

De dichter vraagt zich af

of deze hemelse gestalten

uit een andere tijd dat mag wel blijken

haar liefhebben,

want zij heet in schilders' naam:

de caritas, dat is de liefde, goede vriend.


De grootste trekt zijn linkerbeentje op

terwijl hij aan haar boezem veinst te slapen.

De kleinste

ontfermt zich over haar caritatieve dij

en 't hemels ding

wijst op haar hart of daaromtrent.


De schilder naar een kardinaal genoemd,

heet nu in kunstenaarskringen

een maniërist met dat gekronkel.


Een aartsbisschop met diezelfde naam

werd na een aanslag op de Medici

op deze dag van 't jaar 1478

aan de gevel van het Vechio-paleis

onbarmhartig opgehangen.


In dat paleis schilderde de naamgenoot

van deze kerkelijke vorsten later

zijn tafereel.


Je kunt wel psalmen dichten zoals David

tot hij Batseba zag vanop het dak en hij haar man

ten oorlog stuurde.


Uit die gemeenschap kwam als tweede kind

de wijze Salomon ter wereld.

 

Oordeel dus niet te vlug.

Maar -maniërist of niet-

wurm je aan Caritas' boezem

voor je op jouw beurt wordt opgehangen.

 

Kijk onbeschroomd nu het nog kan.

Dit zachte licht

is er voor iedereen.

 

betseba

 

 

schilderij: Caritas, Franceso Salviati (1510-1563)

schilderij: Batseba, detail door dezelfde schilder.

18:12

25-04-10

OOK ALS KIND AL

 

72o253a

 

Ook als kind al

was zijn liefde voor de avond

een woordeloos gevoel,

een brug

tussn het niet-weten van de nacht

en het besef

dat het dagelijks gebeuren

achter je schouder

in het verleden was weggegleden.

 

Daartussen

zwom hij,

en wie weet

vond hij een meander

waarin de hitte van de dag

en de nachtkoelte

hem als zeemeerjongen

herkenden.

 

Nooit thuis

op het land, en in het water

een vreemde.

 

 

schilderij: August Macke, Avond.

 

D

17:30

23-04-10

TERWIJL HET LAND ZUCHT

 

76q196a

 

 

Terwijl het land zucht

-94 graden fahrenheit-

zijn de beelden in de boeken

waar het koud en winterlang donker is

nabij.


Ons hart

staat ruggewaarts op het leven:

de zindering der jonge jaren

zal pas

als ouderling begrepen worden

een boek over de kindertijd

op onze bevende knieën.

 

schilderij: Alma-Tadema, Sir Lawrence: 94 Grad im Schatten

 

17:53

21-04-10

ZOALS DE AVOND

 

blechen klein


Hoe de avond zich barmhartig

over de dag plooide;

zoals een vrouw

 een slapend kind kust.


Achter zijn ogen

vliegt het in een droom

net voor de hemel

zich met de donkere aarde verbindt.


Voelt ook de vrouw

de kus

toen zij dat kindje was

en vliegen kon

terwijl haar moeder

over haar bedje gebogen was

zoals de avond zich barmhartig buigt.

 

schilderij:

Blechen, Carl: Abendhimmel über einer italienischen Ebene (1798-1840)

 

11:43

16-04-10

VER EN TOCH NABIJ

SchjerfbeckMaria

 

Zoals je op de rug bekeken

met je boek verbonden

in mijn leven ademt

en leest en luistert

en nooit te bang

om een happy end te ontlopen,

zo ben je mijn maatje,

mijn andere,

mijn vergezicht

zoals de horizon

van niemand is

en toch in ieders ogen huist

onbereikbaar ver

en zeer nabij.


 

(het schilderij is van Helene Schjerfbeck)

 

16:29

07-04-10

VROEGE BLOESEMS

 

 

kersenbl.klein


Enkele dagen

met hun voeten

in witte narcissen

zingen zij

dit lied

van nutteloze schoonheid.


 

Geboorteschrei

van engelen en godenkinderen

scheurt de wintervliezen.


Geen vruchten

noch wijze lessen,

geen lofgezangen

of boetepsalmen,

maar van het puurste roze

de adem

waarmee het schone

wierookt.


Enkele dagen maar

de onderste trap

naar het hemelrijk.


Zonder te bezwijmen

of elkaar te kussen

lopen wij voorbij.

 

(eigen foto's)

bloesems boven

 

 

23:32

05-04-10

KETTERS GEBED VOOR DE PAASTIJD

 

44824i

 


Johannes hoofd van 't lijf gehakt

wordt nog zijn tong doorprikt

uit schrik dat uit die dode mond

de waarheid blijft weerklinken,

zoals de witte kruisjes hier te lande

de waanzin

van oude Europese heren verkondigen.


Zijn neefje

echter noemde de dingen bij hun naam,

zat bij de zondaars aan tafel

terwijl de bange leerlingen het op een lopen zetten.

(een Romeinse lange-afstandskoers tot vandaag)


Of gij gods zoon zijt, of een aards bevlogene,

of gij ten hemel zijt gevaren

of nog in holle kerken huist,

vissers van vlees en bloed

gingen u achterna,

uw woord was pijnlijk waar maar liefdevol.


In de deemstering van kerkers

tot op het schandelijk slavenkruis,

ja met gods verlatenheid geplet,

klonk uit uw mond

uw liefde

voor de naakte medemens.


Te veel om in religie te vergieten,

waart gij in ons drukke leven rond,

en of gij in brood en wijn

aanwezig zijt, of purperen mantels draagt,

gij loopt zwijgend met ons mee

tot wij, even voor Emmaüs

u herkennen,

wij, die alle waarheidstongen graag doorpriemen

en zelfs de doden met levenslang bedenken.


Waart gij slechts de schim, een waan

uit onze arme hersenpan,

de weg naar waarheid is er niet minder om.

Zoveel liefde

mag uit elke bron mijn verdroogde hart besproeien.

 

 

 

 

ArtistAttributed to Grebber, Pieter de (Dutch artist, ca. 1600-ca. 1653)
TitleHerodias Mutilating the Severed Head of Saint John the Baptist held by Salome
Date earliest1620
Date latest1630
Materialoil on canvas
Measurements116.7 x 94 cm
Description

Salome holds the severed head of St John the Baptist while Herodias pierces his tongue with a pin. This rare subject is derived from a sentence of St Jeromes Apologia adversus Rufinum, and is an example of the too-late suppression of the truth. The painting is an example of various methods of torture and execution and of the abuse of body-parts. The pomegranate in the velvet fabric cloak is a symbol of immortality and fertility in Middle Eastern religions. The painting is attributed to the Flemish seventeenth-century artist, Pieter de Grebber.

Letters from Keith Andrews, the Rijksmuseum Het Catharijneconvent, Utrecht, Holland and Dr Peter Sutton of the Boston Museum of Fine Arts who has seen the painting are on file at the Wellcome Library. The artist is believed to be Pieter de Grebber. This was suggested by Sutton who is writing the catalogue raisonné on the artist but he did not wish the 'attributed' title removed. The artist normally signs his works with a monogram on the top left corner and Sutton, who has seen the painting, was surprised that the work is not signed. Sutton believes that there are similarities in this work with that of the Flemish artist Jordaens but also in part with de Grebber's later style - in his use of the grey ground to suggest the modelling. However, Sutton also points out that the use of bright red was not common to de Grebber's later works. Andrews suggested that the artist might also be Paulus Bor. The artist Salomon de Bray should also be considered.

 

 

 

 

 

 

 

13:32

02-04-10

WAS AMOR HUN GEZELSCHAP?

beeldje


Vertelden zij bij het vuur

hun strijd met goden en helden

terwijl de sterrenhemel boven hun hoofden zweeg?


Was amor hun gezelschap

of eerder de tiran

van het groot gelijk?


Maar zij vertelden,

en ter ere van de liefdes

uit voorbije tijden,

eerden zij de jonge god,

schonken zij zijn beeltenis

terwijl de horizon

hen liefdevol in letters bleef gedenken.


Of iets in werkelijkheid had plaats gevonden

lieten zij aan rechtsgeleerden over.

Hoe moet je ook het lentelicht beschrijven

terwijl de koude over de paasvelden dweilt?

 

eigen foto

 

beeldje2

17:03

01-04-10

ONBEVREESD KIJK IK NAAR DE TIJD

 

Lambert_Autoportrait

 

 

Pastel

van heer in zelfportret,

niet eens bekend gebleven

maar onbevreesd

de blik op morgen.


Nu nog een heer van stand, in kamerjas,

word ik als gek bekeken

langs de loergaten

waarachter toekomenden

in hun tijd gevangen zitten.


Toch kijk ik onbevreesd

in het duister

van het vervloeiend heden.


Anderen

die daarna de planeet bewonen

zullen glimlachen

met wat nu als mode geldt.


Maar de ogen,

-let op de ogen bij je zelfportret-,

 kleur ze onbevreesd

als je uitkijkt

boven de bekende randen

van de tijd.

 

Wat nu op brandstapels ten onder gaat

mag misschien ooit liefde heten.

 


 


 

Jean-Louis Lambert (1698-1742)
Autoportrait
Pastel sur papier marouflé sur toile - 60 x 50,5 cm
Paris, Galerie Alexis Bordes
Photo : Galerie Alexis Bordes

 


 

15:44