22-05-17

teksten

in voorbereiding

11:31

14-04-12

NOLENS VOLENS

1.jpg

 

Meneer Nolens,

tenslotte

is het slechts 't gedroogde snot

dat na ons bestaan tussen 't papier bleef plakken:

bedrijvers van geëerde woordenkramerij

waaraan wij ons bij gebrek aan leven schuldig maken.

 

Mijn kleindochter van twaalf

leerde vandaag een liedje op een oude elektrische gitaar.

  Altijd is kortjakje ziek.

Hier moet je geen noten voor kennen, straalde zij.

 

Kijk meneer Nolens, dat is poëzie.

Niet te imiteren die wonderlijke blik.

Zelfs jouw doorwrocht kamertjes-gepriegel haalt het niet.

Vloeken zou gezonder zijn dan wat in tubes taal gewrongen wordt.

 

Laten we muziek maken

waarvoor geen notenkennis nodig is.

 

Mocht dat kunnen, inderdaad.

 

13:27

14-03-12

SEIGNEUR SECONDE

2.jpg

 

Godsgruwelijk is uw dwinglandij,

gekooid in 't lekken van de tijd,

nooit op uw schreden teruggekeerd,

seigneur seconde, die nam wat niet te nemen was,

het jaartal in uw wreedheid op nul en nergens zet,

en ons scherven die herinnering heten

als stroman voor de troost verkoopt.


(eigen foto, niet overnemen aub.)



 

 

12:55

07-03-12

SLAAPPROBLEMEN

1.jpg

 

Kom je thuis
nog voor de nacht
buiten de huizen dooft
terwijl ogen op wielen
een verlaten garage
binnenrijden.

Olievlekken waarin
verbrande herinneringen
met remsporen worden verwisseld.

Blikken baby’s in nat gehuilde straten.
Een slapeloze jongen
wil maar niet ouder worden.

 

2.jpg

16:11

01-10-11

ZOU JE DAN?

boygirl1.jpg

 

Mocht je weten
hoe ver ik ben,
hoe ik zelfs de horizon niet meer ruik
en doof ben voor het roepen van de maan.

Zou je dan
-al had je slechts kartonnen vleugels-
scheep willen gaan
met de man die zichzelf verloren legde
op zolder, met één sterretje
zichtbaar door het kleine dakraam?

17:10

09-09-11

OPRUIMING

408fried.jpg

 

Na een aantal maanden moet je opruiming houden in het atelier. 

Enkele teksten overleefden voorlopig.

Woorden zijn moeilijke wezens: er staat inderdaad nooit wat er staat.

Woorden zijn week, wak of te brutaal.

Maar schilderen kan ik niet, dus blijf ik verder zoeken.


Ik ben bang geworden van woorden.

De stiltes halen het met ruime voorsprong.

Misschien dienen woorden om op een heldere manier stiltes hoorbaar te maken.

 

16:23

27-05-11

VER KUNNEN KIJKEN

openwindow_04.EL.jpg

 

Je zult het wel begrijpen, moeder,

sinds ik thuis ben moeten alle ramen open,

drinken mijn ogen zich zat aan verten,

proef ik buitenlucht liever

dan de zoetste vruchten van het seizoen,

zijn de sterren mijn zuinige lampjes

terwijl de maan

met koude wangen langs mijn hart strijkt,

 kind aan huis werd, mijn kale hemelhond.

 

Zo lang buitenkijken

waar kastelen en gestolde heuvels net

voor de horizon zich te slapen legden,

is voor een kinderziel genoeg,

is eindeloos je armen strekken

-je weet hoe goed ik daarin was terwijl ik je naam riep-

en einderloos opgaan

in zachte avonden waar vertellers thuis zijn

en schemer mijn jongenskrullen wast.

 

Wat waren we goed in hunkeren;

-reuzen in pyjamaatjes-

op het puin van Jericho kropen we

om ver genoeg te kunnen kijken.

 

Johan Christian Dahl (Norwegian, 1788–1857)
View of Pillnitz Castle, 1823
Oil on canvas; 27 1/2 x 17 7/8 in. (70 x 45.5 cm)
Museum Folkwang, Essen

09:36

05-05-11

HET OPEN VENSTER

openwindow_16.L.jpg

 

Hier kijk je op de Elbe die Dresden aandoet

voor de vuurzee honderd jaar later

de stad verwoestte: geen binnen en buiten meer,

maar binnenstebuiten was wat overbleef.

 

Hier kon de schilder nog

lichtverlangen in schilderwerk vertalen.

Zoals wij nu, onwetend van latere rampen

vanachter het raam hen uitwuiven

of bij zomerdagen

gulzig drinken van het licht

terwijl  ligusters bloeien

zonder zich om jaartallen te bekommeren.

 

Achter al die vensters gloeien

's avonds zachte ogen, beven schaduwen

terwijl zij elkaar omstrengelen

en achter de horizon van zetels en bedden verdwijnen.

 

Hoorde je de rivier, Friedrich?

De kreten van  schippers en venters;

voelde je dat hun achterkleinkinderen

de naam Dresden met een smaak van houtskool

in de boeken zouden achterlaten?

 

Sloot je daarom in de schemer het venster

en zei je zacht:

Het is nog frisjes, lief. Zullen we gaan slapen?

 

Caspar David Friedrich (German, 1774–1840)
View from the Artist's Studio, Window on the Left, ca. 1805–06
Graphite and sepia on paper; 12 3/8 x 9 1/4 in. (31.4 x 23.5cm)
Belvedere, Vienna
Friedrich's studio in Dresden faced the river Elbe. In this work and the previous work the artist focused less on the panoramic view of the Elbe than on achieving a finely tuned balance between the darkened interior and the bright outdoors.

 

 

12:15

25-03-11

LENTE

spring kees van dongen.jpg

Daarentegen

legt het licht zijn zachtste vingers

over de voorbije winter,

zingt zoals een kind

-nog met verdroogde lippen-,

opgeborgen in zijn eenzaamheid,

- zijn roze stem schildert bloesems-

verdunde hevigheid, aquarel doorzichtig:

het land heet Felix en Wolfgang in één ademtocht.

 

Zelfs mijn ogen

luisteren.

 

Lente
Van Dongen, Kees.
Oil on canvas. 81x100.5 cm
France. 1908
Source of Entry:   State Museum of New Western Art, Moscow. 1948

 

11:48

20-03-11

KOELE MOEDER IN HET DUISTER

 

 

moonlight,_a_study_at_millbank-large.jpg

 

 

De laatste volle maan

voor hij uit de doden kwam

waart gij vannacht.

Koele moeder in het duister

waarin alleen de winter lispelt.

 

 Geen morzel lente geeft gij ons cadeau,

maar met bijzondere helderheid

zat gij in de hoogste takken

van de immer groene cederboom,

zuster van de triestigheid,

spiegel van de ploert

die 's zomers weer de grond verpulvert,

vader van het al.

 

De slapelozen

zuiveren hun tekort aan dromen

bij uw kale-knikker-licht.

Ze zuchten bij het raam

en zien daken schemeren waaronder

 bewustelozen op de zondag wachten,

-met open mond, of erger, snurkend,

en in een oud gebaar

de duim tussen verdroogde lippen,

-o, 't verspilde helder boven de cederstam-.

 

Genadeloos schuif gij naar het midden van de tuin

waar we als kinderen weldra eieren zochten,

en zonder krimp

belicht uw kalme licht

 geknakte varens, kale bomen in de knop.

 

Achter vele ramen

maken slapelozen een vuist.

 

scilderij:
Joseph Mallord William Turner (1775-1851)
Moonlight, A Study at Millbank
Oil on panel
1797
40.5 x 31.5 cm
(15.94" x 12.4")
Tate Gallery (London, United Kingdom)

 

 

 

 

 

18:30

28-02-11

IN DE LEEGTE

12401-KIW_Contort_header.jpg

De zittende,

de armen gekruiste,

de opgerolde,

ik ben nog heel wat.

 

Rondom de leegte

hou ik de wacht, onthoofd,

de voeten weggemaaid

zelfs in mij leegte,

als vulsel voor het dankuwel-feest,

want drommels doen het goed.

Het overschot aan medelijden

maakte leegte nog leger.

 

Dankuwel dus.

Noli me tangere.

Blijf van mijn leegte

tot ik er zelf weer bij kan.

 

Ik wacht gewoon

eens de lucht me optilt

en ik aan een touwtje

aan je handje mag hangen.

 

Als jij danst, dans ik noodgedwongen mee.

 

 Ween niet

als je mij op een morgen verschrompeld

in het hoekje van je speelkamer vindt.

 

Dat ben ik niet meer.

Ik ben eindelijk mooie leegte.

Je kunt mij inademen

en je in mijn zachte bedding te slapen leggen.


Ik omgeef je graag.

23:54

22-02-11

ENGELEN OP BEZOEK

3 ENGELEN.jpg

 

Vaak heb ik met hen gedineerd, ik, de engelenzot.

Niet dat ze veeleisend waren of heilig-heilig-heilig hijgden,

-het kruim der heerscharen wist zich te gedragen-

maar hun jaloerse blik was nauwelijks te bedwingen

eens ze hun boodschappenlijstje verkondigd hadden.

 

Het ene woord gevleugder dan al de anderen, gezang

hun taal, hun beminnelijkheid boven alle twijfel,

-de juiste mengeling tussen vrouw en man was ook niet mis-

maar dat sissen als ze' t over mensen hadden,

die domme speeltjes van hun goddelijke opperheer.

 

Volmaaktheid is vermoeiend hier op aarde, muziek

der sferen zoet het oor en 't ruisen van hun pluimen vleugels,

-duizend duiven verven trillingen van de wereldzee-

ronden de big bang maar zetten ook de tijd aan 't werk,

terwijl zij in het eeuwig nu vervulling vinden.

 

Verwachten en vergeten is alle mensen ingegoten

toen zij de tuin verlaten moesten.

-Het gisteren en het morgen dus,-

daarover praten maakt engelen onrustiger dan god vervloeken.

Lucifer zocht niet de macht, maar het ogenblik

waarin hij god vergeten kon en weer verlangen

naar zijn verbijsterend licht ontstond.

Die dodelijke mengeling die engelen ontberen.

 

Abraham and the Three Angels
Rembrandt Harmensz. van Rijn (?); Victors, Jan (?).
Oil on canvas. 121x162 cm
Holland. Late 1630s - early 1640s
Provenance: between 1763 and 1774

 

 

16:12

23-01-11

DE WARE NACHT

Dieven, dichters en drinkebroers  logeren in de nacht, geliefden
Trekken kroonkurken van de donkerte, baden zich met huurlingen
In een overschot aan trekkebekken en woordenpraal, kliefden
Jouw uitgegroeide stilte in gemakkelijke poëtische hebbedingen.

Dansers, dromers en dijenkletsers likken de hielen van de nacht,
Verknoeien toegangswegen tot het niemandsland met verzinnen
Van amoureus hartezeer voor weinig kopergeld gratis thuisgebracht,
Op zilverschermen uitgesmeerd en eindeloos te herbeginnen.

Geen allegorie maar een alleenverkoop is de ware nacht,  duisternis
Met een afschuwelijk gehalte aan gemis, jouw dood als nom de guerre.
Wat in de donkere kamer nog zichtbaar wordt, jouw opalen beeltenis
Verbrandt het heimwee niet. Bloemetje uit het verdoemde vers van Baudelaire.


(Un soir fait de rose et de bleu mystique,
Nous échangerons un éclair unique,
Comme un long sanglot, tout chargé d'adieux ;

Et plus tard un Ange, entr'ouvrant les portes,
Viendra ranimer, fidèle et joyeux,
Les miroirs ternis et les flammes mortes.

Uit: La morts des amants, Charels Baudelaire)

18:47

11-01-11

TWEE MANNEN IN HET MAANLICHT

 

hb_2000.51_av1.jpg

In feite was het verboden,

fixeer je niet op hun mannelijke kant, schilders immers

zijn als drinkebroers;

wie enig vermoeden heeft van andere zaken

kan een klacht indienen

of een ingezonden stuk lanceren.

 

Hier staan de schilder Caspar David Friedrich

en zijn collega August Heinrich,

beiden in het maanlicht, een praktijk

die in romantische dagen nergens opzien baarde.

 

Maar dat zij kleren dragen als weleer de Duitsers deden

werd door  ultra conservatieve heersers

streng verboden in de restauratietijd.

Radicale studenten tooiden zich bij voorkeur

in traditionele spullen, zoals een jeansbroek

vloeken was in de nadagen van expo 58.

 

De elegante Robert de Montesquiou zou juichen

als hij ons in pantalon, gilet en vest

de maan zag bekijken.

 

Twee dandy' s in het maanlicht.

Een protest tegen de stijlloze wreedheid

waarin wij ten onder gaan.

 

 

schilderij: Twee mannen mediteren in het maanlicht, 1825-30

Casper David Friedrich (Duitsland 1774-1840)

 

 

 

19:10

31-12-10

HART, WEES NIET BANG OM IN DE UITVERKOOP TE STAAN.

 

DT1464.jpg

Hart, wees niet bang

om in de uitverkoop te staan.

Beschreven en bedrukt,

teleurgesteld, verrukt,

geworteld in een lach, een traan.

Tweede- en derdehands,

honinghart bij bleke maan.

Hart, wees niet bang

om in de uitverkoop te staan.

 

Al wat een oud hart eens doorstond,

is in zijn logboek bijgeschreven:

het wachten, en de open wond,

de scherven en een verraderslont,

goedkope woorden met olie ingewreven.

 

Certificaten heeft het niet, de kilometerteller

is stiekem wel eens teruggedraaid.

Bij een omarming slaat het sneller

dan voorzien , maar geheel verfraaid

met papieren bloemen kleurt het feller,

al is de kanker uitgezaaid

in het land der herinneringen.

 

Ja, het kan nog altijd zingen,

eerder bedaard, maar waait

de geest weer waar hij wil

dan draait het naar de kern der dingen

en fluit het stil

een liedje voor het touwtjesspringen.


Hart, wees niet bang

om in de uitverkoop te staan.

Beschreven en bedrukt,

teleurgesteld, verrukt,

geworteld in een lach, een traan.

Tweede- en derdehands,

honinghart bij bleke maan.

Hart, wees niet bang

om in de uitverkoop te staan.

 


 

schilderij: Jonge man die een boek vasthoudt, ca. 1480

Meester van zicht op de Sint Goedele

10:32

23-12-10

LEGT ZIJ HAAR KOUDE WITTE MANTEL

 

 

1.jpg

 

 

Legt zij haar koude witte mantel

waaronder geluidloos wordt geslapen.

Sluit zij de naden en de gaten met poedersuiker

en laat zij dichterlijke kelen

hun heimwee naar de reinheid

kreunen, of toen zij nog kinderen

waren en hun stemmetjes weerkaatsten

als ze op  bevroren wateren schaatsten

en moeders warme chocolade maakten

die in bruine vlekken zich met snot vermengde,

en mama, mama, nog, nog,

de geur van korte dagen en gekapte sparren

in hun geheugens zou bevriezen;

dat legt zij onder haar koude witte mantel,

de herinnering,

mijn ijsprinses.

 

Legt zij haar koude witte mantel

over rommel en rattenholen, het geblaas

en het gemekker, zwijgend als een kind

dat zijn geheimen deelt voor het als een ster

de verglaasde hemel siert, ook over zoveel

ogen-blikken spreidt zij haar vlokkendeken,

verbergt zij wat te lang het licht zag en verbleekte

bij gereutel en geratel van de persen,

vernevelt zij vergeten in de zware traagheid

waarmee zij op de daken ligt,

de herinnering,

mijn witte fee.

 

Legt zij haar koude witte mantel

over de nacht toen wij nog jongens waren,

en wij in stilte aan elkaar gebonden

het lied van zoveel witheid in ons voelden,

zoals de merel voor het gras zingt

en de koekoek gaatjes in de zomer roept,

en wij door ademlanden op het glas

de sneeuw hoorden alsof het melk en honing was

en het beloofde land aan onze voeten lag,

o, die herinnering,

 mijn koningin van de nacht.

 

schilderij: Frieda Kniep, Winterlandschap, olie op plaat (zie www.timelessartcollection.eu)

11:54

11-12-10

EERWAARDE HEER WALKER SCHAATST

 

the_reverend_robert_walker_skating-large.jpg

 

Hier schaatst eerwaarde heer Walker over 't ijs

van Schotse wateren, helemaal in 't zwart

met naar zijn rang en stand een witte bef, het rechterbeen

bevallig in de lucht, de blik op god gericht en d'ene hand

veilig weggestoken ter hoogte van het hart terwijl

de andere onzichtbaar is op Raeburns prent.

Frivoliteit is niet aan hem besteed.

 

Het ijs beschreven met de sporen van zijn omgorde voeten

draagt nu naar 't bijbels woord gods man, zoals zijn heiland

over 't water liep en slechts geloof als waarborg

voor dit wonder predikte, niet denkend aan de Schotse schaatser

die na gebeden en gezang de kou liet opdraaien

voor zijn kunst het water sierlijk te bedwingen.

 

Op 't ijs van groot gelijk en 'ziet-ge-wel' lopen nu

de redders der moraal, eens in hun ogen gods dienaren

gezonken zijn in de poel van oude koeien waar gesmoord geloei

de waarheid en niets anders dan de waarheid gassen stuwt

die in  nachtelijke herinnering ontstoken dwaallichten worden

waarachter de demonen zich verkneukelen in zoveel angst.

 

Kruistochten zijn hier volksvermaak, en wie in comissies 't hardste kraait

vergeet zijn eigen mesthoop te beschrijven.

 

 

schilderij:
Sir Henry Raeburn (1756-1823)
The Reverend Robert Walker Skating
Oil on canvas
c1790-c1795
National Gallery of Scotland (Edinburgh, United Kingdom)

 

 

 

17:22

03-12-10

EEN ENGEL

DP802302.jpg

 

Voor de deur van mijn slaapkamer stond hij,

ter informatie zei hij:

ik ben een engel, man.

Een zwarte engel, zei ik.

Je komt uit mijn hoofd, of denk je dat het duister

je donkerte goedpraat?

 

Hij antwoordde niet en liet me gaan.

Toen ik terugkwam, was hij verdwenen.

Met niet alleen mijn blaas, maar ook mijn hoofd

geleegd kon ik op de morgen wachten.

 

In die laatste slaap kwam mijn dode vader

nog op bezoek.

Hij was dertig en glimlachte

zoals alleen de doden kunnen glimlachen.

Ontdaan van elke bijbedoeling,

de glimlach van een boreling.

 

 

De tekening is van:  Ercole or Giulio Cesare Procaccini (Italian, 17th century)

 

 

12:30

16-11-10

AFWEZIGHEID

 

interior-large.jpg

Alsof je straks, bij 't vallen van de nacht

 thuiskomt,

en wij de buitenlucht in je krullen

zullen ruiken

als wij je zachte wangen kussen, lief.

 

Alsof je, in de vroegte van de dag

thuiskomt,

en wij het donker in je ogen

zullen zien

als wij je lippen kussen, lief.

 

Alsof je, in de zwaarte van de middag

 thuiskomt,

en wij de kromming van je armen

zullen voelen

als wij omarmd je zwijgen horen, lief.

 

Zo wachten wij de dood voorbij.

 

het schilderij is van de Deense schilder Georg Nicolaj Achen (1860-1912)

10:12

09-11-10

ZEEPBELLEN

 

thoma couture zeepb.jpg

Was met het eigen spiegelbeeld niet ontevreden,

zoals degenen op de rand van kind naar man

de weemoed liefhebben:

die mooie mix van meisjesjongen, de tijd

waarin weerkaatsingen voor waar genomen,

ontkennen dat er een later is, de boeken

liggen klaar, de wingerd aan de muur verdort.

 

Blies de bellen waarin zijn beeld gespannen en gerond,

de kamer in een vel van zeep gevangen houden,

het niets en alles, het heelal en ogenblik,

ongrijpbaar zoals hijzelf het dunne vlies verlaten zal:

een man moet zijn, daarna een ouderling. Vlugger dan

herinnering vergeet de spiegel zijn vroege vangst.

 

Hij kijkt en weet.

 

Het schilderij is van Thomas Couture (1815-1879)

09:51

29-10-10

IN WONDERLAND

 

ROZEN VAN AELST.jpg

Alsof de rozen hun tijd niet kennen

legde hij op het koude marmer  zijn zakhorloge,

-but Alice isn't here anymore-

zit op school en worstelt met staartdelingen

en de dt als zij tegenwoordig is.

 

Maar toverde mijn kamer om tot winkel, bediende

 onzichtbare klanten, was even station, verkocht

daarna ook ticketten voor verre landen,

hing voor mijn boeken kaarten van Australië

en voor bijna geen geld kon je van daaruit naar Italië.

 

Leert zoals de rozen luisteren naar het tikken,

kijkt in de spiegel en wil nog niet uit Wonderland,

hoopt dat rozenblaadjes de wijzers lang bedekken,

hamsters een oneindig leven hebben

en allerzielen voor bejaarden voorbehouden blijft.

 

Terwijl zij de treinen naar Mongolië omroept

bloeien in de laatste uren van de zomertijd

de rozen in mijn hoofd.

 

het schilderij is van de Hollandse schilder Willem van Aelst, 1626-1683

 

10:21

20-10-10

VOOR DE VOORSTELLING

 

 

EL797JZ8QCK0Q1H86.jpg

 

Niemand is nog wie hij was.

Loodgieter werd Pierrot,

hoedenverkoopster nu een vrouw van stand

en de pastoor drukt doodsbrieven

terwijl de geliefde bier tapt,

de landeigenaar kinderen onderwijst

en de edelknaap glazen wast.

 

Onder hun pruiken, in brokaat gekleed

wachten zij, bevolken zij de kleedkamer,

zweven zij tussen wie ze waren en wat ze moeten zijn,

bladeren zenuwachtig door de tekst

en voelen tussen hun schouderbladen

de vleugels groeien waarmee ze uit dat dagelijks lijf gekropen

over de dorpse dagen heersen.

 

De hoedenmaakster glimlacht vanuit haar pas verworven hoogte,

de drukker zegent herderlijk Pierrot,

de landeigenaar lonkt naar de edelknaap.

 

De nar zegt dat hij dringend kakken moet.

De lichten doven.

De geliefde zucht.

 

Het schilderij 'voor de voorstelling' is van de Belgische schilder Constant Wauters (of Wouters) 1826-1853

 

 

 

10:31

13-10-10

MOEDER EN KIND IN DE WIND (1907)

 

MM58695.jpg

 

Op platinumplaat gedrukt

moeder en dochter in de wind van 1907.

De nieuwe eeuw stuurde zijn stormen

in deze wilde vlagen vooruit.

 

Even de hoedrand loslaten

en blootshoofds

wuiven ze hun man en vader uit.

Grootschalig sterven op het menu.

Wie de treinen in beweging zet,

trapt het draai-orgel van de dood in gang.

Adieu, mein kleine garde officier.

 

In de zachte wind der jaren

is zij vanzelf met hem opgelost

en werd het kind de vrouw, en vrouwen

wuiven steeds opnieuw hun mannen uit.

Leb' wohl, mein Schatz, leb' wohl mein Schatz,
Leb' wohl, lebe wohl
Denn wir fahren, denn wir fahren,
Denn wir fahren gegen Engeland, Engeland.

 

Weer staan moeder met kind

in oude winden die het gehuil van naakte mensen

over een oceaan van tijd verspreiden.

O, dat briesje van de nieuwe tijd,

o dat gecamoufleerd gehakkel

van een land dat weer zijn goden kiest

uit het bekende loeiend stamboekvee.

 

Das gesundes Volksempfinden:

frituren en fraterniteiten,

netjes verpakt in manhaftig verzet

tegen wat ons vreemd en te vrijmoedig is.

Tot er niemand meer

op de heuvel staat

en de wind gevangen is

in het trotse orgel van het nieuwe heldendom.

 

'Daar is maar één land, dat mijn land kan zijn.

Daar is maar één vreugd, daar is maar één pijn,

Daar is maar één liefde, daar is maar één haat...'

 

Wie niet dezelfde haat en pijn kan voelen,

en wie nog andere liefdes koestert,

is gewaarschuwd.

 

 

De foto is van Heinrich Kühn (Oostenrijker, in Duitsland geboren, 1866-1944)

Titel: De wind. 

Op platinum geprint (Alfred Stieglitz Collection, 1933)

 

 

 

 

 

 

 

 

12:47

05-10-10

ZICHTBAARHEID

 

HUIS ACHTER BOMEN-BRAQUE.jpeg

 

Wat achter zomerweelde zich verborg,

zich onaantastbaar in de lange dagen

waande, wordt uit zijn waan getild

en eens de mist is opgetrokken te kijk gezet.

 

Het huis, geschonden door de jaren,

scheefgezakt en uitgeleefd, de kanker

nestelde zich met duiven in lege kamers,

hoort in zijn laatste dromen al de slopersvoeten.

 

In de winter van mijn leven, nu ontzielde jaren

tot herinneringen zijn geharkt,

en spinseldraden licht in druppels vangen,

word ik verhaal, oud blauw antiek.

 

Mijn scheuren en mijn scherven, de waarborg

voor geleden jaren, de stempels op mijn rug

't bewijs dat het wat kosten mag,

maar nooit mag ik nog brood of melk bewaren.

 

HUIS BOMEN PAUL CEZANNE.JPG

 

 

 

 

09:49

26-09-10

DE LACHSPIEGEL

 

 

50400.jpg

 

Verzilverd

maar opgebold of ingebogen,

uitgerokken, ingedrukt

en niet gelogen:

het is dezelfde mens die voor de spiegel staat.

 

Zo schilderen redacteuren

met waarheidsserum opgekweekt,

het vlees dat wij verscheuren

tot op het bot of op de graat,

en snuiven graag verteerde geuren

eens 't volk zijn scheten laat:

'dat zoiets kon gebeuren!'

 

Weinig wol

en veel geblaat.



 

Prent: 'Multatuli in de lachspiegel', een spotprent van Johan Braakensiek, bijvoegsel van De Amsterdammer, weekblad voor Nederland, 26 oktober 1913


 




 


11:06

04-09-10

SINAASAPPEL

 

sinaas.jpg
In zijn wapenschild niet het hijgend hert,
en evenmin 't gebrul van leeuwen,
zeker niet de gouden kroon
maar een sinaasappel in zijn citrusvel.

Reeds geplukt, al mag een twijgje
nog de boom herinneren, en een blaadje
dat hij ooit zuiderse luchten proefde.

De bittere schil geneest de krampen:
elixir aureant compositum.
Het vruchtvlees en de verborgen schat
laten je bij het pellen watertanden.

Anders dan de slappe mandarijn
zit hij strak, weerbarstig in het vel
en bijt hij onder je nagelranden
voor hij zijn innigheid verkoopt
terwijl de zoete tranen bij het breken
over je handen vloeien,
de mond hapklaar, de tong
een breed bed voor het geperste suikersap,
uren zon en tederheid van bijen
verheffen smaken tot een elfenlied.

In de tuin der hesperiden glom zijn vacht,
zijn geur vermengde zich met chocola
bij het liefelijk bedrog uit vroege kindertijd.

Zijn ronding roept ook vrouwelijke zoetheid
voor de geest van hongerige mannen,
in de koele ziekenkamer geneest hij vaak
de bange eenzaamheid.

In mijn kaal geplukt wapenschild
glanst hij woordeloos.
Niet verwoest door vlijm of citruspers
vat hij de kern der dingen samen.

De afbeelding komt uit het 17de eeuwse boek: Hesperides, sive, De Malorum Aureorum cultura et usu Libri Quatuor, door Giovanni Battista Ferrari (1584-1655) geschreven, gepubliceerd door Sumptibus Hermanni Scheus en getekend door Guido Reni (1575-1642).
Gedrukt bij een Duitser die in Rome werkte: Johann Friedrich Greuter.
In het boek wordt goede raad gegeven bij het kweken van citrusfruit.




 

15:02

23-08-10

IN DE TUSSENTIJD

 

john frederick kensett24.jpg

 

Nog niet de nacht, maar ook geen dag.

Het schemert steeds

tussen de tijd

waarin gestorven en geboren wordt.

 

Minnaars van de schemering

hebben zoete ogen en een bittere mond.

Wie de dag snoeit, ent de nacht

in glazen tuinen waar wij overwinteren.


Een kast vol zoete nachten en bittere dagen.

Glad gestreken op klerenhangers van het geheugen

zijn ze geprikte vlinders achter glas.

Geleerde commentaren en boenwasgeuren

maken hen verder onbewoonbaar.

 

Het voorbije, een pied à terre

waarin je wegzakt,

een tranerige slijkgrond,

een vervalste waterzon

die schroeit noch droogt.


Anderen schrijven het protocol van het toekomende:

zuinigheid en zelfbeheersing

waarborgen een ivoorwitte oude dag.

 

Ik ben een jongen van de tussentijd.

Een verwaaide ziel in de schemering.


Tussen papierriet woon ik

waar wonderlijke wezens ademen.

De waagschaal weegt wat was en komt.

Een lettergieterij, kanariezaad,

een hart in een sint jacobsschelp,

genezen maanblindheid en dagdromerij.

 

 

sunset at sea jfk.jpg

 

schilderijen zijn van de Amerikaanse schilder John Frederick Kensett

 


 

 


11:29

18-08-10

WENDINGEN

 

li120.5 W48.R.jpg

 

Waarom

draait de rivier,

sterft het kind,

staan de koeien, gat naar de wind,

breekt een vriend je de nek,

kust een onbekende je op de lippen,

ratelt de regen,

verblijven wij op aarde,

zingen de monniken,

stinken kranten naar leugens,

stijgt de temperatuur,

gooien mensen zich op de grond voor god,

grijpen wij naar goud en zilver,

verbergen wij onze angsten

lezen we op het toilet,

en verlaten wij het leven,

terwijl de merels zwijgen.

 

Wendingen zijn het, kind,

wendingen die ons

tot een roerloos cocon omwinden.

Wat gisteren was, zal morgen zijn.

 

 

Het regent sterren terwijl je slaapt.

 

grafiek: El Lissitsky, 1921

 

 

23:41

04-08-10

MET EEN HUIS IN ZIJN HART

 

Reliquary,-porcelain.jpg
Met een huis in het hart
-verguld, dat is waar-
vermengen wij de hete melk
met alledaagse koude brokken.
Hier was ik  thuis.

Waar ik een kind was,
waar de dagen zondag zijn
of school,
of vakantie zonder eind,
waar moeder zong en vader zweeg.
Daar was ik thuis.

Met uitzicht op nergens,
een tuin vol zure kriekenbomen,
maar ook de donkere dagen
voor de komst van de goedheilige,
wonderen in het schaarse licht
van etalages en kerken
(puer natus est).
Was ik daar thuis?

Veel te vroeg in bed
want morgen was er weer een dag,
vlotten vlijt
op de trage rivier zonder verloop.
God zag alles, de familie ook,
en schuld kreeg je gratis
bij geheime pretjes zonder naam.
Hier ben je thuis.

Een kuise nacht heel dicht bij jou,
-de meisjes waren vroeg naar huis-
voor het ouderlijk vuur gezeten,
kusten wij elkaar,
en eindelijk, enkele seconden,
was ik thuis.
Keramiek is van Pamela Stern

 

17:05

28-07-10

DE SPIEGEL

wlucander Robert 1995.jpg

Toen hij nog een jongen was,
in het voorbijlopen
teruggekeerd,
zag hij achter de spiegel
zichzelf als oudere man
begrijpend glimlachen.

Toen hij een oudere man was,
bij het scheren
één stap achteruit gezet,
zag hij achter de spiegel
zichzelf als jongen
hoofdschuddend wenen.

In het spiegelglas
verraadt de andere
alleen de buitenkant:
een te haastig kind,
een mens met zessen,
vermomming,
engelenreuk of boetekleed.

Een transparante blik
hoort bij de liefdevollen
en de zwijgzame
die je uiteindelijk omarmt.

 

DP807391.jpg

14:24